Pim Westerweel -

reageer naar de kunstenaar (klik op de afbeelding om het werk groter te bekijken)

  • Het was 26-10-1991 toen ik aanbelde op het Weteringplantsoen om Freddy Heineken voor Televizier te portretteren. De deur ging niet open maar ik werd door een man achter mij benaderd. Op zijn vraag wat ik kwam doen, zei ik dat ik een afspraak met de heer Heineken had. Na contact met het 'hoogste gezag' via zijn walkie talkie loodste hij mij naar binnen. Ik realiseerde mij dat ik op de plek stond waar ruim 8,5 jaar eerder Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer werden overmeesterd door o.a. Willem Holleeder.De journalist was al binnen en bij mijn binnenkomst keek Heineken mij schuin aan en vroeg of hij mocht raden welk sterrenbeeld ik had. Hij raadde hed goed en zij dat hijzelf ook een schorpioen was. Later begreep ik dat al mijn antecedenten al nagetrokken waren.Een week na plaatsing werd ik door Heineken gebeld. Hij vond de foto’s zo mooi dat hij er wat wilde uitzoeken. We maakten een afspraak voor de donderdagavond in mijn studio.Woensdagavond werd er aan de deur gebeld door een grote vent. Het was de chauffeur van Heineken die “Even kwam kijken hoe hij morgenavond moest rijden”.De volgende avond kwamen er twee geblindeerde auto’s mijn pad op. Heineken werd vergezeld door drie mannen. Het was steenkoud en ik wilde de mannen binnen laten, maar dat hoefde niet. Wij hebben 2 uur zitten borrelen en over fotografie gepraat, want hij was een echte fotoliefhebber. Toen hij mijn Hasselblad uitrusting zag zei hij: ”Het is wel mooi hoor, maar het is zo duur”. Hij vroeg of ik getrouwd was en of hij mijn vrouw dan even mocht zien. Ik liet hem in de woonkamer en stelde hem voor aan Erna, mijn vrouw. Hij keek over zijn halve leesbrilletje en knikte goedkeurend.Om 8 uur ging hij de deur uit en om 10 uur stond zijn chauffeur weer voor de deur met een grote groene doos met een ‘H’ er op. In die doos zaten alle dranken die door het concern werden verkocht.

  • Mijn eerste fotostudio was gelegen naast de eerste TV-studio Irene in Bussum, de baarmoeder van de Nedelandse televisie. Op 30 april 1963 was ik in mijn studio bezig. Toen ik uit het raam keek  zag ik enige reuring. Politie en publiek voor de ingang van de studio. Ik haalde mijn Rollei en kon Beatrix fotograferen toen zij uit de auto stapte. Let op de schalkse blik blik van Bea. Zij werd verwelkomt door de heer Emile Schüttenhelm (rechts met bril), voorzitter van de NTS (Nederlandse Televisie Stichting). Zij had de tekst voor de toespraak in de auto waarschijnlijk doorgenomen. Op de achtergrond wordt het publiek op afstand gehouden.

  • Deze mijnheer heb ik verschillende keren mogen fotograferen. Maar voor deze foto voor zijn allereerste LP wilde ik bij hen thuis maken in zijn eigen Amsterdamse omgeving. Toe ik binnenkwam schrok ik mij rot. De hele kamer was beplakt met een 'bosgezichtbehang'. On Amsterdamser kon niet. Hij had een klein dik vrouwtje en samen heb ik ze op de bank gefotografeerd en nog wat andere opnamen gemaakt, waarbij ik zoveel mogelijk probeerde het behang te vermijden. Het was helemaal niks en ik beschouwde mijn fotosessie dan ook als mislukt. Nadat ik mijn spullen weer had ingepakt en in de auto zette zwaaide hij mij uit. "Dit is de plaat!!", dacht ik. Spullen weer uitgepakt en het is hem gelukkig ook nog geworden! Bestevaerstraat 117 - Amsterdam  Het was 10-04-1977

  • Het was mijn eerste portret van een belangrijke politicus. Er moest een omslag worden gemaakt van deze minister van buitenlandse zaken voor het boek "Ik herinner mij...". Mijn portretten maakte ik meestal met bestaand licht. Maar aangezien ik de situatie bij hem thuis niet kende, nam ik het zekere voor het onzekere en nam een grote reflector mee met een 500 watt lamp. Om het licht wat zachter te maken had ik een diffuserkapje op de lamp gezet waardoor het licht terugstraalde op de reflector. Terwijl ik bezig was hoorde ik mevrouw LUns in de keuken bezig. In samenwerking met mevrouw A.Landwehr-Clejan was van hun hand het boek 'Intenationale gerechten' verschenen, waarin leden van het Corps Diplomatique hun internationale gerechten beschreven, zoals o.a. 'Kip met smurrie', 'Kroonprinses als Nederlands baksel' en 'Vogelnestje'. Om Luns een interlectuele uitstraling te geven (hij was kort tevoren nog als Prins Carnaval in de pers verschenen) zette ik hem voor de enorme boekenkast. Ik liet hem recht in de lens kijken en zorgde voor een mooi strijklicht. De diffuser zorgde voor een mooi zacht licht. Aangezien hij naar een diner moest, had ik maar weinig tijd. Na 1 filpje had ik het wel gezien dat ik genoeg had. De diffuser op mijn lamp had wel een mooi zacht licht gegeven, maar deze reflector projecteerde ook de hitte, als een brandglas, op mijn bakelieten fitting. Er begon zicht een niet te harden stank dor de kamer te verspreiden. Luns dacht natuurlijk niet aan mijn lamp maar aan zijn culinaire ega in de keuken. "Mary, wat ben jij aan het koken? Het lijkt wel rotte vis!". Bij het opbergen van mijn apparatuur wist ik het al. De fitting was gloeiend heet en bijna gesmolten. Luns wachtte niet tot ik de deur uit was, maar vluchtte snel naar zijn diner. Zijn vrouw gooide alle ramen en deuren open en ik ging er als een speer vandoor. Het was 17-09-1971

  • Mijn eerste portret van een BN'er was dat van Bert Haanstra. Ik werkte bij de filmstudio CINETONE in Duivendrecht, waar hij zijn eerste speelfilm 'FANFARE' draaide. In 1960 werkte hij aan een nieuwe korte documentaire 'ZOO', welke geheel in Artis is opgenomen. De film gaat over interactie en gelijkenis tussen mens en dier. Door bemiddeling van Bert ben ik 10 jaar lang als fotograaf/filmer in Artis werkzaam geweest. Ook heb ik hem later, inmiddels als werknemer van Artis, bij deze film geassistreerd. Het was 15-05-1958